Calluna (struikheide)
Calycanthus (specerij struik)
Caragana (erwtenstruik)
Caryopteris
Ceanothus (Amerikaanse sering)
Cercidiphyllum japonicum
Cercis (judasboom)
Chinees klokje (Forsythia)
Choenomeles (dwergkwee)
Chionanthus (sneeuwvlokkenboom)
Clematis
Clerodendrum
Clethra (schijnels)
Colutea (blazenstruik)
Cornus (kornoelje)
Cortaderia (pampasgras)
Corylus (hazelaar)
Cotinus (pruikenboom)
Cotoneaster
Cytisus (brem)

Callicarpa
Verwijder van deze struik de oudste takken. Als u steeds driejarige takken snoeit, blijft de struik kleiner dan wanneer u vierjarige takken snoeit. Na een strenge winter kan het gebeuren dat de struik erg laat uitloopt. U hoeft zich hier niet ongerust over te maken. Wacht met het wegknippen van ingevroren takken tot de struik duidelijk is uitgelopen.

Calluna (struikheide)
Kort oudere struikheideplanten die stokkig zijn geworden na de laatste vorstperiode tamelijk sterk in maar niet tot op de grond. Door bloeitakken te verwijderen na de bloei kunt u zo’n rigoureuze snoei wat langer uitstellen. Een heidetuin levert op zich weinig werk op, maar de snoei moet wel op het juiste moment plaatsvinden.

Calycanthus (specerij struik)
Deze struik vraagt weinig snoei. U hoeft na de bloei alleen enkele oude takken te verwijderen.

Caragana (erwtenstruik)
Van deze smalle, opgaande struik moet alleen een enkele tak bij de basis worden weggesnoeid als hij andere takken raakt. Zaag zo’n tak bij de grond af.

Caryopteris
Meestal bevriezen de takken van deze struik in de winter. Als dat gebeurd is, moet u de struik tot de grond toe afsnoeien. De struik zal in het voorjaar wel weer uitlopen. Na een zachte winter, als de twijgen nog leven, kunt u de struik uitdunnen.

Ceanothus (Amerikaanse sering)
Snoei deze struik in het voorjaar terug zodat hij ’s zomers tot een bossig model uit kan groeien. De struik vriest vaak in en kan dan bij de grond worden afgeknipt. Krab met uw nagel over de bast om te controleren of het hout nog leeft.

Cercidiphyllum japonicum
Deze struik behoeft weinig snoei. U hoeft alleen takken die andere takken kruisen te verwijderen. Een eenstammig exemplaar kunt u ook goed opkronen. Houd er rekening mee dat dit heestertje later een grote boom wordt.

Cercis (judasboom)
Deze struik verlangt geen snoei. U kunt eventueel een tak die een andere kruist wegnemen.

Chinees klokje (Forsythia)
Jaarlijkse snoei is nodig om deze lelijk groeiende heester er enigszins acceptabel uit te laten zien. U kunt het tweejarige hout het beste steeds na de bloei bij de grond wegsnoeien. Als u dit doet, krijgt u een laag blijvende heester met een mooi model en een rijke bloei. Het is bijna onmogelijk om een verwaarloosde heester weer goed in model te krijgen. U kunt een verwaarloosde heester het beste in het voorjaar volledig tot vlak boven de grond afzagen. De struik zal dan een jaar niet bloeien.

Choenomeles (dwergkwee)
Bloeit op meerjarig hout. U moet deze boom jaarlijks uitdunnen en de overhangende twijgen verwijderen. Verwijder enkele lange takken, maar snoei zo weinig mogelijk kortloten, aangezien daar de bloemen aan komen. Rigoureuze snoei leidt tot groei van veel ongewenste waterloten. Het is dus beter om niet al te veel te snoeien.

Chionanthus (sneeuwvlokkenboom)
Deze struik behoeft nagenoeg niet gesnoeid te worden.

Clematis
Er is al veel geschreven over de snoei van clematis. Hoewel de snoei zelf niet al te veel problemen oplevert, is het lastig om te bepalen tot welke groep de te snoeien clematis behoort. Elke groep wordt namelijk op een andere manier gesnoeid. Voor de snoei is het vooral van belang dat u weet of de te snoeien plant een vroege of een late bloeier is. Daar komt bij dat de snoei slechts één aspect is van de verzorging van de clematisplant. Het is minstens zo belangrijk dat u de plant tijdens het groeiseizoen aanbindt. Als u uw klimmers verwaarloosd hebt, kunt u ze het beste tot vrij dicht bij de grond afknippen. De meeste soorten en rassen zullen na zo’n rigoureuze behandeling een jaar niet bloeien. We kunnen bij de clematis drie snoeigroepen onderscheiden: groep a: veel snoeien; groep b: weinig snoeien; groep c: niet snoeien Tot groep a behoren de laatbloeiende hybriden en alle C. viticella-rassen, C. tangutica en de overblijvende clematissen. Het bekendste voorbeeld uit deze groep is Clematis ‘Jackmanii’. De clematissen uit deze eerste groep, die bloeien vanaf juli, kunnen tot ongeveer 50 cm boven de grond worden afgeknipt. Knip bij voorkeur in het vroege voorjaar, zodat u vlak boven de onderste uitgelopen knoppen kunt. Tot groep b behoren de vroegbloeiende, grootbloemige hybriden. De bekendste rassen uit deze groep zijn ‘Nel Moser’ en ‘Mme Le Coultre’. Deze twee de groep omvat clematissen die stengels vormen op houtige delen, waar de bloemen op groeien. Kort uitstekende twijgen in het vroege voorjaar in tot op een duidelijk uitlopende knop. Kort de plant dus niet in: uit deze knoppen zullen de stengels groeien waar de bloemen op komen. Tot groep c behoren de botanische soorten en daarvan afgeleide rassen (kleinbloemig). Het bekendst zijn Clematis montana, en in mindere mate C. alpina en C. macropetala. Clematissen uit deze derde groep bloeien direct op het hout dat het vorige seizoen is gegroeid. Alles wat u aan deze planten snoeit, gaat ten koste van de bloei. Dat neemt niet weg dat uitdunnen noodzakelijk kan zijn. Laat u door dit verhaal niet afschrikken. Als u een clematis verkeerd snoeit, zal alleen de bloei afnemen. De plant zal er niet aan sterven. Over C. vitalba, de inlandse clematis die qua groei de bruidssluier verre overtreft, wil ik u een apart advies geven. Om chaos in de toekomst te voorkomen, moet u de jonge plant strak aanbinden. Later kunt u de plant dan met een heggenschaar trimmen zonder de hoofdtak te raken. Als er eenmaal een wirwar van scheuten is ontstaan, waardoor de hoofdtak niet langer zichtbaar is, zult u de plant tot dicht bij de grond moeten afzagen. De beruchte verwelkingsziekte bij clematissen is er de oorzaak van dat de bovengrondse delen van een plant ’s zomers plotseling volledig afsterven. Als uw clematissen door deze ziekte aangetast zijn, moet u ze volledig afknippen tot bij de grond. De ondergrondse slapende ogen zullen het volgende voorjaar weer uitlopen. Voer de afgeknipte twijgen wel af of verbrand ze om infecties in de toekomst zo veel mogelijk te voorkomen.

ClerodendrumClethra (schijnels)
Verwijder jaarlijks de oudste (driejarige) tak, zodat de struik jong blijft. Doe dit in het voorjaar om vorstschade te voorkomen.

Colutea (blazenstruik)
Deze struik moet u iets dunnen. Verwijder takken die andere takken kruisen. U mag de twijgen tot dicht op de hoofdtakken terugknippen.

Cornus (kornoelje)
Verwijder van de witte kornoelje (Cornus alba) eerst de buitenste takken die naar de grond buigen. Dun het resterende, meer rechtop staande struikje uit. Takken die de grond raken, hebben vaak wortels gevormd. Deze takken kunt u elders weer uitplanten. Het ras ‘Sibirica’ met knalrode takken heeft van zichzelf een mooier model en is eenvoudiger te snoeien: één keer per jaar iets dunnen is voldoende. U mag de takken van deze struik ook jaarlijks tot bij de grond afknippen. In tegenstelling tot de witte kornoelje groeit de gele kornoelje (Cornus mas) in zijn jeugd erg langzaam. U hoeft deze kornoelje pas na drie jaar voor het eerst te snoeien. Laat 3-5 mooie gesteltakken zitten, die evenwichtig verdeeld moeten zijn over de struik. Later valt er aan deze heester niet erg veel meer te snoeien.
U kunt de snoei beperken tot de takken die u in de kamer in bloei trekt. De meeste kornoeljes worden veel hoger en behoeven weinig snoei. Verwijder van deze soorten alleen de takken die elkaar kruisen of die te sterk overhangen.


Cortaderia (pampasgras)
Het afgestorven blad beschermt de plant ’s winters tegen de vorst. Knip de afgestorven bladeren pas in het voorjaar af Als de pol klein is, kunt u dit goed doen met een snoeischaar. Wordt de pol na een paar jaar groter, dan is het gemakkelijker om hier een klein boomzaagje voor te gebruiken. Zaag alle stengels tot 10 cm boven de grond af. Afhankelijk van de laatste vorstperiode moet u dit tussen half maart en half april doen. Als de plant niet opnieuw uitloopt, wil dat niet zeggen dat u iets verkeerd hebt gedaan bij het snoeien: de plant is dan in de winter al bevroren. U hebt de plant dan niet goed ingepakt tegen de vorst. Corylopsis (schijnhazelaar) De klein blijvende C. pauciflora hoeft niet te worden gesnoeid. Bij de groter wordende C. spicata kunt u één keer in de twee jaar een grote tak verwijderen om de groei van nieuwe takken te stimuleren. Op die manier verjongt u de struik.

Corylus (hazelaar)
Zaag elk jaar slechts één tak binnenuit de struik tot de grond weg. Doe hetzelfde bij de kronkelhazelaar (Corttlus avellana ‘Contorta’) Bij deze laatste moet u bovendien goed de uitlopers van de onderstam in de gaten houden. Deze uitlopers zijn gemakkelijk te herkennen, omdat ze recht door de struik heen groeien.

Cotinus (pruikenboom)
Deze struik verlangt weinig snoei. Verwijder in zijn jeugd al een tak die andere takken kruist. Ingevroren topjes van twijgen kunt u in het voorjaar verwijderen. Hetzelfde geldt voor uitgebloeide bloempluimen.

Cotoneaster
Net als bij de meeste heesters is bij de cotoneaster enige dunning noodzakelijk. Bij de bodembedekkende soorten kunt u de rechtstandig naar boven groeiende twijgen diep wegknip pen. Dit leidt tot een dichte, compacte groei. Van de vaak als leiheester gebruikte Cotoneaster horizontalis moet u de uitstekende takken jaarlijks terugknippen.

Cytisus (brem)
Bloeit op eenjarig hout. U kunt deze struik in het voorjaar terugzetten, maar houd er wel rekening mee dat kale stammen slecht opnieuw uitlopen.