Laburnum (goudenregen)
Lavandula (lavendel)
Ledum (moeraspalm)
Lepelboom (Kalmia)
Lespedeza
Leucothoe
Leycesteria
Ligustrum (liguster)
Linde (Tilia)
Lonicera (kamperfoelie)

Laburnum (goudenregen) 
Als deze plant nog jong is, kunt u eventueel een tak die een andere kruist, verwijderen. Verder kunt u de snoei beperken tot het wegnemen van dood hout.

Lavandula (lavendel)
Lavendel hoeft niet te worden gesnoeid, maar zal na verloop van een paar jaar wel stokkig worden als u de plant helemaal niet snoeit. Het is beter om de planten jaarlijks na de laatste vorstperiode in maan te snoeien: ze bloeien dan gelijkmatiger en zien er fris uit.

Ledum (moeraspalm)
Niet snoeien.

Lepelboom (Kalmia)
De snoei van deze struik beperkt zich tot het verwijderen van uitgebloeide bloemen. Van oudere exemplaren kunt u de verhoute delen sterk terugknippen.

Lespedeza
Deze struik bloeit op eenjarig hout. Dat betekent dat u hem in het voorjaar tot de grond mag afknippen. Aangezien deze struik vaak invriest, is het ook werkelijk noodzakelijk hem volledig tot de grond af te knippen.

Leucothoe
Deze struik behoeft weinig snoei. Verwijder uitgebloeide takken volledig na de bloei. Snoei de takken terug tot een krachtige zijscheut. Als u uw struik verwaarloosd hebt, kunt u een paar van de oudste takken tot bij de grond afzagen. Zaag daarbij niet alleen de buitenste takken af, maar juist de takken die in het midden van de struik groeien.

Leycesteria
Bloeit op eenjarig hout. Voor zover de takken van deze struik er ’s winters niet af gevroren zijn, kunt u ze in het voorjaar tot de grond toe afknippen.

Ligustrum (liguster)
Als u liguster toepast in een haag, moet u hem drie keer per zomer bijknippen. Knip de liguster in dat geval direct na aanplant voor tweederde terug zodat de haag aan de onderkant een dichtere groei zal vertonen. Ik weet dat het pijnlijk is om een pas aangeplante haag van 1 m hoog meteen zo rigoureus te snoeien, maar u kunt het toch maar beter wel doen. Als u liguster als solitaire struik toepast, is een lichte dunning in het voorjaar voldoende. U kunt een te ver uitgegroeide struik bij de grond afzetten. Als de takken na een strenge winter bevroren zijn, moet u de struik afzetten. De struik of haag zal hierna ook weer gewoon (en snel) uitlopen. Controleer wel eerst of het hout wel echt dood is; vaak is alleen het blad eraf gevroren. U kunt dit controleren door met uw nagel over de bast te krabben: als de tak vlak onder de bast nog groen is, is hij niet dood.

Linde (Tilia)
Oudere linden vormen sterk afhangende takken. Om ondergroei mogelijk te maken, kan het nodig zijn deze takken te dunnen of zelfs geheel te verwijderen. U moet zich wel realiseren dat daarmee ook een deel van het karakter van deze boom verloren gaat. Aan de voet van linden ontstaan vaak scheuten. U kunt deze scheuten volledig wegknippen, maar het is mooier om ze slechts gedeeltelijk af te knippen. U kunt de dichte vertakking die dan ontstaat in een vorm scheren, bijvoorbeeld tot een cilinder of een kubus. Eventueel kunt u halverwege de stam nog een cilinder of kubus scheren.

Lonicera (kamperfoelie)
Kamperfoelies zijn in verschillende groepen te verdelen, die elk op hun eigen manier gesnoeid moeten worden: klimplanten, groenblijvers en bladverliezende heesters. De bladverliezende heesters kunnen ’s winters worden gedund. De groenblijvende heesters kunnen als solitaire, lage struiken worden toegepast, maar kunnen ook in vorm worden geschoren. In dat laatste geval moeten ze minstens twee keer per zomer worden geknipt. Van de klimplanten moeten de ver uitstekende scheuten worden teruggeknipt. Dit karweitje kan in de zomer verricht worden. Dun verwaarloosde klimmers in de winter, zodat u tijdens het snoeien goed kunt zien waar de hoofdtakken zitten.