Magnolia (beverboom)
Mahonia (mahoniestruik)
Malus (sierappel)
Moeraspalm (Ledum)
Muizedoorn (Ruscus)
Myrica (gagel)

Magnolia (beverboom)
Deze heester wordt heel groot. De groei is niet in te tomen door middel van snoei. U kunt eventueel opslag en dood hout verwijderen. Doe dit bij voorkeur in het vroege voorjaar om te voorkomen dat u de bloemknoppen beschadigt.

Mahonia (mahoniestruik)
Verwijder een enkele te sterk liggende tak. Als de struik kaal wordt, kunt u hem een keer bij de grond afzetten. De apartere soorten M. bealij en M. japonica hoeven niet te worden gesnoeid.

Malus (sierappel)
In tegenstelling tot de gewone appelbomen vragen sierappels maar heel weinig snoei. U moet uiteraard wel het dode hout en takken die andere takken kruisen verwijderen. Meestal worden sierappels als struik gekweekt, maar cultuur als halfstam of hoogstam behoort ook tot de mogelijkheden.

Moeraspalm (Ledum)
Niet snoeien.

Muizedoorn (Ruscus)
Dit is een groenblijvend struikje met stengels die op blad lijken. De kleine, witte, lelieachtige bloemetjes zitten midden op het ‘blad’. Als het struikje solitair groeit, hoeft u het niet te snoeien. Dit struikje kan ook tot een laag haagje worden geknipt. De Romeinen gebruikten dit stekelig aandoende gewas al voor haagjes.

Myrica (gagel)
Deze struik behoeft geen snoei. Verwijder eventueel sterk overbuigende takken. U kunt uitlopers verwijderen als de struik te erg gaat woekeren.