Ranonkelstruik (Kerria)
Rhamnus (vuilboom)
Rhododendron (rododendron)
Rhus (fluweelboom)
Robinia (acacia)
Rosa (roos)
Rubus (sierbraam)
Ruscus (muizedoorn)

Rhamnus (vuilboom)
Om te voorkomen dat de vuilboom uitgroeit tot een spichtige struik, moet u jaarlijks de dikste takken uit de struik knippen. Net als bij andere heesters moet u natuurlijk eerst dood hout, dan schuren de takken en vervolgens, als dat tenminste nog nodig is, de oudste tak verwijderen.

Rhododendron (rododendron)
In de eerste tien jaar hoeft u de rododendron niet te snoeien. Problemen komen later, als struik te groot wordt. Als de struik te groot wordt, kunt u hem tot bijna bij de grond terugsnoeien. De rododendron zal dan opnieuw uitlopen. Hij kan slecht tegen felle zonneschijn op zijn afgezaagde takken. Ik raad u dan ook aan de struik na de snoei een poosje af te dekken met tuinbouwdoek of behanglinnen. Het gevolg van deze rigoureuze snoei is dat de rododendron een of twee jaar niet zal bloeien. Veel mensen vragen zich af of de uitgebloeide bloemen verwijderd moeten worden of aan de struik kunnen blijven zitten. Het maakt helemaal niets uit of u ze laat zitten of verwijdert. Proeven hebben namelijk uitgewezen dat de bloei niet wordt bevorderd door het uitbreken van de uitgebloeide bloemtros. Bij jonge planten zien de grote, bruine zaaddozen er niet mooi uit. U kunt ze om die reden bij jonge planten beter wel afbreken. Ook de lager blijvende azalea’s, die de wetenschappelijke naam Rhododendron dragen, verlangen nagenoeg geen snoei. Dun de bladverliezende Azalea mollis af en toe, om te voorkomen dat takken langs elkaar schuren en om meer licht in de struik te brengen.

Rhus (fluweelboom)
Aan deze struik valt weinig te snoeien. Het is echter wel nodig om jaarlijks de uitlopers te verwijderen, die tot vele meters van de stam uit de grond op kunnen komen. De ontwikkeling van de prachtige rode pluimen heeft niets met snoeien te maken. Dat is zuiver afhankelijk van de soort. Ribes Net als het krenteboompje en de boerenjasmijn is dit een ideale heester om als voorbeeld te dienen in een snoeiles. Alle takken groeien vanuit een centrum bij de grond. Verwijder eerst een tak die langs een andere schuurt. Als de schuurwond inmiddels te groot is geworden, zult u beide schurende takken moeten verwijderen. Ook een te ver naar buiten stekende tak kunt u terugsnoeien tot aan de basis of tot een lagere vork in de tak. Daarna ziet u vanzelf of u nog meer moet dunnen. Houd als leidraad aan dat niet meer dan eenderde van het totale aantal takken mag worden verwijderd. Na de snoei moet de heester er luchtiger uitzien. Door het binnendringende licht krijgen bladeren binnenin de struik ook voldoende licht. Het resultaat van de snoeibeurt is een dichter groeiende struik.

Robinia (acacia)
Op rijke grond groeien acacia ’s razendsnel. Dit betekent dat de pas verhoute takken nog zacht zijn als de eerste zomerse stormen zich voordoen. Vele jonge takken zullen scheuren en afbreken. Gedurende de zomer zult u de bomen geregeld bij moeten werken. Acacia’s zijn dus niet erg geschikt voor rijkere kleigrond. U kunt de bolacacia (Robinia pseudoacacia ‘Umbraculifera) elk voorjaar tot dicht boven de entplaats terugknippen. De boom blijft daardoor zuiver bolvormig en heeft dan ook minder last van windschade.

Rosa (roos)
Voor de snoei van rozen zie hoofdstuk 6 Rozen snoeien. Bijna alle rozen bloeien op een- of tweejarig hout. Een grote uitzondering wordt gevormd door Rosa banksiae. Deze roos bloeit op driejarig hout en mag daarom niet fors worden teruggesnoeid. R. banksiae en de verschillende rassen worden in ons land weinig aangeplant, omdat de soort sterk vorstgevoelig is.

Rubus (sierbraam)
In tegenstelling tot de eetbare braam vallen de sierbramen onder de heesters. Snoei de sierbraam als een gewone heester die op tweejarig hout bloeit. Met andere woorden, dun hem ’s winters uit. Als de heester bedekt is met het weelderige, lindegroene blad, kunt u nog maar weinig zien van zijn structuur.

Ruscus (muizedoorn)
Dit is een groenblijvend struikje met stengels die op blad lijken. De kleine, witte, lelieachtige bloemetjes zitten midden op het ‘blad’. Als het struikje solitair groeit, hoeft u het niet te snoeien. Dit struikje kan ook tot een laag haagje worden geknipt. De Romeinen gebruikten dit stekelig aandoende gewas al voor haagjes.