Salix (wilg)
Sambucus (vlier)
Schijnels (Clethra)
Schijnhulst (Osmanthus)
Sering (Syringa)
Sierappel (Malus)
Sierbraam (Rubus)
Skimmia
Sneeuwbal, Gelderse Roos (Viburnum)
Sneeuwbes (Symphoricarpos)
Sneeuwvlokkenboom (Chionanthus)
Sorbaria
Specerij struik (Calycanthus)
Spierstruik (Spiraca)
Spiraca (spierstruik)
Staphylea (pimpernoot)
Stephanandra (kransspirea)
Struikheide (Calluna)
Struikkastanje (Aesculus porvi flora)
Symphoricarpos (sneeuwbes)
Syringa (sering)

Salix (wilg)
Knip de wilgensoorten met mooi gekleurde takken in het voorjaar tot bij de grond af. Bij de soorten die mooie katjes vormen in de lente, kunnen de twijgen direct na de bloei in het latere voorjaar tot dicht bij de grond worden afgeknipt. De bovenstaande snoeiaanwijzingen gelden voor de kleine wilgensoorten. Grote wilgen zijn ongeschikt voor aanplant in de tuin.

Sambucus (vlier)
U mag vlierstruiken jaarlijks terugzetten om te voorkomen dat ze andere struiken overwoekeren. Ze zullen in een jaar weer uitgroeien tot 2 m hoogte. De bloei blijft dan echter achterwege, omdat ze op tweejarig hout bloeien. Als u de struiken jaarlijks dunt, zullen ze goed blijven bloeien. De oude stammen van oudere, verwaarloosde struiken zien er mooi uit. Laat deze stammen dus zitten en snoei alleen de sterk overhangende takken. Op deze manier krijgt de struik een boomachtig karakter. De kruidvlier (Sambucus ebulus) vormt qua snoei een uitzondering. U kunt deze struik in het voorjaar afknippen tot op de grond.

Schijnels (Clethra)
Verwijder jaarlijks de oudste (driejarige) tak, zodat de struik jong blijft. Doe dit in het voorjaar om vorstschade te voorkomen. Schijnhazelaar (Corylopsis) De klein blijvende C. pauciflora hoeft niet te worden gesnoeid. Bij de groter wordende C. spicata kunt u één keer in de twee jaar een grote tak verwijderen om de groei van nieuwe takken te stimuleren. Op die manier verjongt u de struik.

Schijnhulst (Osmanthus)
Deze heester behoeft geen snoei. U kunt hem goed in vorm snoeien, bijvoorbeeld als plat vlak.

Sering (Syringa)
Bij de jonge sering kunt u het beste de binnenste van de twee eindknoppen verwijderen. Op die manier zal de struik later een bredere habitus krijgen. De snoei van oudere heesters beperkt zich tot het weghalen van dood hout. De onderstam heeft vaak de neiging uit te lopen. Haal de uitlopers rond de struik jaarlijks zo diep mogelijk weg. Bij jonge struiken kunt de uitgebloeide bloemen afknippen. De struik zal er het volgende jaar niet beter door bloeien, maar ziet er wel netter uit zonder uitgebloeide bloemen.

Sierappel (Malus)
In tegenstelling tot de gewone appelbomen vragen sierappels maar heel weinig snoei. U moet uiteraard wel het dode hout en takken die andere takken kruisen verwijderen. Meestal worden sierappels als struik gekweekt, maar cultuur als halfstam of hoogstam behoort ook tot de mogelijkheden.

Sierbraam (Rubus)
In tegenstelling tot de eetbare braam vallen de sierbramen onder de heesters. Snoei de sierbraam als een gewone heester die op tweejarig hout bloeit. Met andere woorden, dun hem ’s winters uit. Als de heester bedekt is met het weelderige, lindegroene blad, kunt u nog maar weinig zien van zijn structuur.

Skimmia
Deze struik behoeft geen snoei. U kunt er overigens gerust korte takjes met bloemknoppen uit knippen als u die nodig hebt voor een kerststukje.

Sneeuwbal, Gelderse Roos (Viburnum)
Wat betreft de bloei is het niet nodig om wintergroene viburnums te snoeien. Beperk de snoei van groenblijvende soorten tot een over het pad hangende tak. Viburnum opulus (Gelderse roos) en V. bodnantense moeten af en toe worden gedund. Ook takken die andere takken kruisen, moeten worden verwijderd.

Sneeuwbes (Symphoricarpos)
U moet de sneeuwbes uitdunnen. Verwijder daartoe jaarlijks eenderde van de takken tot bij de grond. Doe dit in het vroege voorjaar zodat u in de herfst en vroege winter wel van de bessen kunt genieten. U kunt deze struiken ook in vorm snoeien, bijvoorbeeld tot een plat vlak van ongeveer 1 m hoog. In geschoren vorm zal de struik minder witte of roze bessen produceren.

Sneeuwvlokkenboom (Chionanthus)
Deze struik behoeft nagenoeg niet gesnoeid te worden.

Sorbaria
Deze hoge heester vraagt slechts enige dunning. Bij nat weer is te zien hoe ver de takken overhangen. Snoei deze overhangende takken enigszins terug. De worteluitlopers vormen een groter probleem. U moet deze uitlopers jaarlijks verwijderen om te voorkomen dat het hele heesterperk er vol mee komt te staan. U kunt deze uitlopers met wortels gemakkelijk verplanten. Ik raad u echter aan dit wel te doen voordat ze in blad komen.

Specerij struik (Calycanthus)
Deze struik vraagt weinig snoei. U hoeft na de bloei alleen enkele oude takken te verwijderen.

Spierstruik (Spiraca)
Dit is een geslacht met vele leden. Houd dus goed in de gaten welke struik op eenjarig en welke struik op tweejarig hout bloeit. Laatbloeiende soorten die vanaf juli bloeien, bloeien in de regel op nieuw hout. Vroegbloeiende soorten bloeien op takken die het jaar ervoor zijn gegroeid. U kunt de laatbloeiende soorten elk jaar tot bij de grond afknippen. U mag deze soorten ook dunnen. Verwijder daartoe de helft van alle takken tot bij de grond. Na twee jaar hebt u dan weer een vernieuwde struik. Van de struiken die op tweejarig hout bloeien, kunt u beter niet meer dan eenderde van de takken verwijderen zodat de struik goed blijft bloeien en na drie jaar volledig is vernieuwd.

Spiraca (spierstruik)
Dit is een geslacht met vele leden. Houd dus goed in de gaten welke struik op eenjarig en welke struik op tweejarig hout bloeit. Laatbloeiende soorten die vanaf juli bloeien, bloeien in de regel op nieuw hout. Vroegbloeiende soorten bloeien op takken die het jaar ervoor zijn gegroeid. U kunt de laatbloeiende soorten elk jaar tot bij de grond afknippen. U mag deze soorten ook dunnen. Verwijder daartoe de helft van alle takken tot bij de grond. Na twee jaar hebt u dan weer een vernieuwde struik. Van de struiken die op tweejarig hout bloeien, kunt u beter niet meer dan eenderde van de takken verwijderen zodat de struik goed blijft bloeien en na drie jaar volledig is vernieuwd.

Staphylea (pimpernoot)
Deze struik behoeft weinig snoei. U kunt de struik eens in de paar jaar licht dunnen. Scheuten die vanuit de grond groeien, moeten wel worden verwijderd.

Stephanandra (kransspirea)
Aan deze warrige struikjes valt weinig te snoeien. U kunt oude heestertjes eventueel een keer volledig terugzetten.

Struikheide (Calluna)
Kort oudere struikheideplanten die stokkig zijn geworden na de laatste vorstperiode tamelijk sterk in maar niet tot op de grond. Door bloeitakken te verwijderen na de bloei kunt u zo’n rigoureuze snoei wat langer uitstellen. Een heidetuin levert op zich weinig werk op, maar de snoei moet wel op het juiste moment plaatsvinden.

Struikkastanje (Aesculus porvi flora)
Verlangt geen snoei. U kunt eventueel de verste uitlopers verwijderen. Houd er met de aanplant al rekening mee dat de struik wel erg groot kan worden.

Symphoricarpos (sneeuwbes)
U moet de sneeuwbes uitdunnen. Verwijder daartoe jaarlijks eenderde van de takken tot bij de grond. Doe dit in het vroege voorjaar zodat u in de herfst en vroege winter wel van de bessen kunt genieten. U kunt deze struiken ook in vorm snoeien, bijvoorbeeld tot een plat vlak van ongeveer 1 m hoog. In geschoren vorm zal de struik minder witte of roze bessen produceren.

Syringa (sering)
Bij de jonge sering kunt u het beste de binnenste van de twee eindknoppen verwijderen. Op die manier zal de struik later een bredere habitus krijgen. De snoei van oudere heesters beperkt zich tot het weghalen van dood hout. De onderstam heeft vaak de neiging uit te lopen. Haal de uitlopers rond de struik jaarlijks zo diep mogelijk weg. Bij jonge struiken kunt de uitgebloeide bloemen afknippen. De struik zal er het volgende jaar niet beter door bloeien, maar ziet er wel netter uit zonder uitgebloeide bloemen.